De kunst van het overdragen
De kunst van het overdragen
Geschreven door Judith Zijlstra, vrijwilligster die vijf maanden meewerkt in de projecten van Sviatoslav in Tadzjikistan.
Voor veel organisaties die hulp bieden in ontwikkelingslanden is het een enorme uitdaging om ervoor te zorgen dat hetgeen wat zij opbouwen niet meteen verloren gaat na hun vertrek. Een school bouwen in Zimbabwe is, bijvoorbeeld, een hele nobele zaak, maar als er geen goede leraren zijn of geen budget is om het dak te repareren, dan raakt het schooltje -ondanks alle goede bedoelingen en inzet- al snel in verval.
Het is dus van zeer groot belang dat er binnen een organisatie lokale mensen worden opgeleid die het werk op den duur kunnen overnemen, en die voldoende capaciteiten hebben om in de toekomst zelf belangrijke beslissingen te nemen om het voortbestaan van de organisatie veilig te stellen.
Voor de Stichting Sviatoslav is het overdragen van kennis, vaardigheden en leiderschap daarom ook een van de belangrijkste doelstellingen, en dit was ook meteen wat mij zo aantrok in de organisatie. Maar in de praktijk valt het nog niet altijd mee de dingen op een juiste manier over te dragen, en ik wist al lang voor mijn vertrek dat dit een grote uitdaging zou worden.
De kunst van het overdragen zit ‘m in heel veel kleine dingetjes. Als je bijvoorbeeld elke keer nadat je je handen hebt gewassen een natte handdoek tegenkomt, heb je al snel de neiging om naar de linnenkast te lopen en een schone neer te hangen. Maar morgen is er een grote kans dat je weer een natte handdoek vindt. Eigenlijk is het dan het beste om niks te doen, en te kijken wat er gebeurt als je de handdoek niet vervangt. Hoe lang duurt het voordat iemand anders een schone neerhangt?
Mijn werk hier bestaat dan ook voor een groot deel uit het aansturen van zulke dingen. Soms lijken het zulke kleine en onbelangrijke details, maar toch doen ze er zeker toe. Een heel essentieel onderdeel van het overdragen is het uitleggen waarom het beter is dat iets op een bepaalde manier gebeurt. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk is dat er altijd een (schone) handdoek bij de wastafel hangt, want dat stimuleert het handenwassen bij de kinderen, en daarbij de hygiëne. Daarnaast moet je de juiste mensen aanwijzen om deze taken te verrichten; dit hoeft niet alleen het personeel te zijn, maar ook de kinderen kunnen hierin een rol vervullen, en op die manier geef je hen meteen een stukje verantwoordelijkheid.

Af en toe valt het voor jezelf niet mee om alles te moeten overdragen: als je iets observeert wat beter kan, gaan je handen al snel jeuken en wil je het het liefst zo snel mogelijk zelf oplossen. Maar aan de andere kant weet je ook dat het beter is om jezelf ‘in te houden’ en in plaats daarvan de juiste persoon erop aan te spreken. Dan is het een kwestie van controleren en kijken of er ook echt iets gebeurt, en zo niet, dan mag jij pas weer ingrijpen. Daarnaast moet je soms ook het personeel aansturen om anderen aan te sturen, en dan ben je voor je gevoel natuurlijk helemaal indirect bezig. Soms is dat heel vermoeiend en wil je duizend keer het werk liever zelf doen. Maar je weet dan ook dat na je vertrek alles weer terug bij af is en er op de lange termijn dus niets verandert.
Judith Zijlstra

